Heimwee is normaal
Even flink balen dat je thuis niet in je eigen bed ligt — dat hoort erbij en gaat bij de meeste kinderen na de eerste avond over, zodra het programma begint en er nieuwe vrienden zijn. Begeleiders van goede kampen zijn hierop getraind en houden extra oog op kinderen die het even moeilijk hebben.
Wat je vóór het kamp kunt doen
- Praat er positief maar eerlijk over: "Je mist ons misschien even, en dat is oké."
- Laat je kind zelf meehelpen inpakken (zie de paklijst) — dat geeft grip.
- Stop iets vertrouwds mee: een knuffel, een briefje.
- Oefen eventueel met een logeerpartij bij opa/oma.
Tijdens het kamp
Spreek van tevoren af hoe en of jullie contact hebben. Veel kampen raden aan om niet te vaak te bellen — juist een telefoontje kan de heimwee weer aanwakkeren. Vertrouw op de begeleiding; zij zien je kind de hele dag en grijpen in als het nodig is.
Wanneer wél ingrijpen?
Als je kind echt structureel ongelukkig is en de begeleiding het met je eens is, overleg dan samen. In verreweg de meeste gevallen is dat niet nodig en gaat je kind juist trots en zelfstandiger naar huis.
Nog niet zeker over de stap?
Begin met een dagkamp — thuis slapen, overdag keepen.
Bekijk de keepersdagen →